Chiesa di Santa Maria sopra Minerva

( Pigna IX )

( deel 3/4 )

Cappella Altieri of Cappella di Ognissanti (twee­de koorkapel rechts)

De kapel die eerst onder be­scher­ming van de fa­mi­lie Vit­to­ri en later onder die van Altie­ri stond, kreeg zijn de­coratie in 1671 in opdracht van kar­dinaal Massimi. De kapel werd toen gewijd aan de Maagd en alle Hei­li­gen en in het bijzonder díe hei­ligen die door paus Cle­mens X-Altieri hei­lig wer­den ver­klaard.

– Carlo Maratta: Petrus stelt vijf hei­ligen voor aan de Madon­na

Dit meesterwerk uit 1671 staat op het altaar.
De vijf afgebeelde heiligen zijn dege­ne die door Clemens X heilig zijn ver­klaard, te weten: Louis Bel­tra­me, Rosa da Lima, Filippo Benizzi, Fran­ces­co Borgia en Gae­ta­no Thiene.

– Baciccio: Triomf van de Heilige Drie-eenheid

Dit schit­te­ren­de fres­co uit 1672 is achterin in de lunet aan­ge­bracht.

Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, 2e koorkap re, Cap Ognissanti, Baciccio, Triomf van de Drie-eenheid, 2011
Cappella Ognissanti, Baciccio, Triomf van de Trinità
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, 2e koorkap re, Cap Ognissanti, Maratta, Madonna, Petrus en vijf heiligen, 2011
Cappella Ognissanti, Maratta, Madonna, Petrus en heiligen
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, 2e koorkap re, Cap Ognissanti, Fancelli, graf Lorenzo Altieri, 2011
Cappella Ognissanti, Graf van Lorenzo Altieri

– Cosimo Fancelli: Grafmonument van Lorenzo Altieri

Dit beeldhouwwerk werd in 1671 gemaakt en staat tegen de rechtse zij­muur. De overledene was de vader van paus Cle­mens X.

– Cosimo Fancelli: Graf­monument (buste) van Giovanni Altieri

Ook dit werk dateert uit 1671 en staat tegen de link­se kapelwand. Giovanni was de broer van Lorenzo, en dus de oom van paus Cle­mens X; hij was als kardinaal lange tijd de overste van deze kerk.

– Anoniem: Graf­monument van Angelo Al­tieri

Deze stenen tombe staat op de vloer. Angelo stierf op 90-jarige leeftijd op de eerste dag van de 15e eeuw

– Anoniem: Graf­monument van Lorenzo Al­tieri

Ook deze stenen tombe staat op de vloer. Loren­zo werd zelfs 110 jaar oud en stierf in 1431.

Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, 1e koorkap re, Cap Capranica, Venusti, plafond
Cappella Capranica, Venusti, Misteri del Rosario

Cappella Capranica of Cappella del Rosario  (eerste koor­kapel rechts)

De overblijfselen van Caterina van Siena, die in 1380 is ge­stor­ven, wer­den tot 1855 in deze kapel bewaard onder de be­scher­ming van de familie Capra­nica.

– Marcello Venusti: Misteri del Rosario

Deze serie schil­derijen is tegen het ge­welf aan­ge­bracht.
In 1573 gaf de Confra­ter­nita del Ro­sa­rio, waar­van An­gelo Ca­pra­nica lid was, de op­dracht tot het schil­de­ren van deze doeken. Zij werden geplaatst in rijke stucco omlijstingen die even­eens door de schilder zijn ontworpen.
Meteen na de Slag bij Lepanto (1571) werd als onderwerp de ‘15 Misteri del Rosario’ (de 15 geheimen van de rozenkrans) gekozen en in 1579, bij het gereedkomen van het plafond, werd de kapel gewijd aan de Madonna del Rosario.
De keuze van het onderwerp werd bepaald door een belangrijk histo­risch moment, te weten het concilie van Tren­te. Het is het begin van de kunst­stijl van de Contrareforma­tie.
Het doek dat de ‘Doorn­kro­ning’ voor­­stelt, is in de 17e eeuw door Car­lo Sara­ce­ni en Gio­vanni de’ Vecchi_ over­ges­chil­derd, ech­ter wel ge­ba­seerd op het origineel.

Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Cappella Capranica
Cappella Capranica

– Michelangelo Cerruti: Ma­don­na del Rosario

Dit olieverfdoek op het altaar dateert uit de 18e eeuw.
Echter het altaarstuk wordt af en toe ge­wis­seld. Soms staat hier een stuk uit de 15e eeuw van een ano­nie­me kunste­naar.

– Andrea Bregno: Grafmo­nu­ment van kardinaal Do­me­nico Capranica

Deze marmeren tombe staat tegen de recht­se wand en dateert uit circa 1470.

– Anoniem: Grafmonument van Pio Capranica

Hij overleed in 1855.

– Giovanni de’Vecchi: Fragmenten uit het leven van Sint Caterina van Siena

Deze schilderende frescoserie uit 1586 bevinden zich aan beide zijden tegen de muren.

Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, 1e koorkap re, Cap Capranica, Altaar
Cappella Capranica, Altaar
Cappella Capranica, Cerruti, Madonna del Rosario
Cappella Capranica, Cerruti, Madonna del Rosario
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis 1
Apsis *
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis 2, HDR, 2009
Apsis
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis 3
Apsis *

Presbiterio o Cappella Medicea (Apsis of Medi­ci-kapel)

Het vroegere gotische koor werd tus­sen 1536 en 1540 veranderd naar een ont­­werp van Anto­nio da San­gallo il Gio­va­ne in opdracht van Alessandro de’Medici, her­tog van Florence, om een waardig decor te schep­pen voor de graf­mo­numenten van twee van twee de’Me­di­ci-pau­sen.
In het begin van de 17e eeuw werd het koor weer ver­bouwd door Gio­vanni Fon­tana en ver­vol­gens door Carlo Mader­no.
De barokke toevoe­gin­gen werden omstreeks 1855 weer verwijderd en het koor werd terug­ge­res­tau­reerd in neogo­ti­sche stijl, inclu­sief de gebrand­schil­der­de ramen.

– Giuseppe Obici: Johannes de Doper

Dit beeld staat tegen de pilaar rechts vóór het koor. Het dateert uit 1858 en is dui­delijk geïn­spi­reerd door de pendant van Donatello in Florence.

– Giuseppe Fontana, Francesco Retrosi, Camillo Ceccarini en Frances­co Podestì: Altaar­mensa

Het huidige hoogaltaar dateert omstreeks 1857 toen de mensa werd herbouwd in neogotische stijl. Het altaar is versierd met uitbeeldingen van de vier kardinale deugden en engelenkopjes, die werden geschilderd door Francesco Podestì.

Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis, pilaar re, Obici, Johannes de Doper
Apsis, Obici, Johannes de Doper

– Romeinse School: Graf­monument van Cate­rina van Siena

Deze gewichtige heilige leef­de van 1347 tot 1380 en werd na haar dood on­der het hoogaltaar be­gra­ven. Haar hoofd be­vindt zich echter in de Chie­sa di San Domenico in Siena, haar geboor­te­plaats. Haar middel­eeuw­se liggende graf­beeld, onlangs van be­schil­deringen ontdaan, drukt nog iets van haar karak­tersterkte uit. Dit beeld uit omstreeks 1430 werd vroe­ger toege­schre­ven aan Isaia da Pisa, tegenwoordig gaat men ervan uit dat het is ge­maakt door een ano­nie­me Romein­se steen­hak­ker.

In sombere tijden rond 1370, toen de pau­sen onder Frans toe­zicht in Avignon ver­bleven, bun­del­de deze mystiek be­ziel­de, expansieve jonge vrouw de hoop van duizenden Ita­lianen op her­stel van de pauselijke troon in Rome en, meer nog, een her­stel van christelijke bevlogen­heid. Toen haar schriftelijke smeekbeden (zij kon zelf waarschijnlijk alleen maar lezen en niet schrij­ven, zodat zij haar ge­schriften moest dic­te­ren) zon­der gevolg ble­ven, vaar­digde het mach­ti­ge Florence haar af naar Avignon om de paus persoonlijk tot terug­keer te manen. Zij be­groet­te haar gast­heer met de woor­den: ‘De stank van de Curie heeft zelfs mijn stad be­reikt, hei­lig­heid. Aan het pause­lijk hof, dat een para­dijs van deugdzaam­heid zou moeten zijn, dron­gen de geuren van de hel mijn neus bin­nen.’ Zij wist de paus ertoe over te halen naar Rome terug te keren, eerst Gre­gorius XI en later Urbanus VI.
Schoorvoe­tend en doods­bang kwam paus Urba­nus VI in 1377 naar Rome. Catha­ri­na zelf ves­tig­de zich in 1378 ook in Ro­me om hem op zijn plichten te wij­zen. Twee jaar later, op 29 april 1380, over­leed zij op 33-jarige leef­tijd in het kloos­ter van Santa Chiara (schuin tegen­over deze kerk in de naar haar ge­noemde Via di Santa Chiara).
Haar sterfkamertje werd later overge­bracht naar de sacristie van deze kerk (zie verder onder ’sacristie’).
Caterina werd als voor­laatste geboren in een wolverversgezin met 25 kinderen.
Aan­vankelijk was zij een eenvoudige was­vrouw. Nu hoort tot de mar­kantste vrou­wen in de Italiaanse ge­schie­denis en geldt als groot­ste mystica van haar tijd.

Tot 1870, het jaar waar­in de paus zijn abso­lute macht verloor, kwam de paus elk jaar ter gelegenheid van het feest van Maria Boodschap (25 maart, tenzij die dag in de Goede Week valt) naar deze kerk om Caterina van Siena te gedenken, die zelf haar feestdag heeft op 29 april.
Deze Dominicaner kloosterzuster werd in 1939 door paus Pius XII samen met Fran­ciscus van Assisi tot patroon­heilige van Italië uitgeroepen en in 1999 riep paus Johannes Pau­lus II Caterina van Sie­na samen met Bri­gida van Zweden en Edith Stein, de joods-Duitse filosofe en kar­melie­tes die in 1942 in Auschwitz is ge­stor­ven, uit tot beschermheiligen van Euro­pa. In 1970 was Caterina van Siena, samen met Theresia van Ávi­la en Theresia van Lisieux al uitgeroe­pen tot kerk­leraar (doctor ecclesiae) van­wege haar grote geleerdheid, hei­lig­heid en zuiverheid in de leer.

Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis naar links
Apsis naar links gezien
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis naar rechts
Apsis naar rechts gezien
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis, altaar, graf Caterina van Siena 1, HDR, 2011
Apsis, Altaarmensa met het graf van Caterina van Siena
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis, Altaar, Mon Santa Caterina da Siena, 2009
Apsis, Altaar, Monument van Caterina van Siena
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis, altaar, graf Caterina van Siena 2, 2011
Apsis, altaar, graf Caterina van Siena
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis, Da Sangallo il Giovanne, Monumenten van paus Clemens VII
Apsis, Da Sangallo il Giovanne, Monument van paus Clemens VII
Apsis, Da Sangallo il Giovanne, Monument van paus Leo X

– Antonio da Sangallo de Jon­gere: Grafmonument van paus Cle­mens VII (tegen de rechtse koor­wand)

– Antonio da Sangallo de Jon­gere: Grafmonument van paus Leo X (tegen de linkse koor­wand)

De graven bevinden zich links en rechts in de apsis, ach­ter het hoogaltaar en zijn tussen 1536 en 1541 vrij­wel gelijktij­dig uit­gevoerd. Da Sangallo gebruik­te hier­voor de vorm van een triomfboog met daar­onder een verdeling in drie secto­ren: in het midden de zittende paus en in de nis­sen aan de beide zijden een profeet. Meer naar boven, onder het timpaan, 
is een bas-reliëfstrook aangebracht. In die tijd preva­leer­de in de grafkunst het archi­tectonische element boven de orna­men­tiek.
Bij de tombe van Clemens VII werd hij gehol­pen door Nanni di Baccio Bigio die de figuur van de zittende paus maak­te. De twee profeten en de drie bas-reliëfs, voorstellende ‘De verzoening tussen paus Clemens VII en keizer Ka­rel V’, ‘Sint Benedictus en de valse Totila’ en ‘Johannes de Doper in de woestijn’ zijn van de hand van Baccio Ban­di­nelli.
De figuur van Leo X werd gemaakt door Raffaello da Montelupo. Ook hier zijn de beelden van de twee profeten en de drie bas-reliëfs, voorstellende ‘De ontmoeting tussen paus Leo X en koning Frans II’, ‘De doop van Christus’ en ‘Het wonder van Sint Julianus’ uitge­voerd door Baccio Bandinelli.
Beide pausen waren afkomstig uit het fameuze Flo­rentijnse geslacht van de De’Medici en beiden hadden een moeizaam pon­tifi­caat door de onrustige tijden waarin zij regeer­den.
Zij zijn in deze kerk begraven omdat deze kerk destijds de nationale kerk van de Florentijnen in Rome was, voordat de kerk van San Giovanni dei Fiorentini aan de Via Giulia werd gebouwd.

Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis, Di Baccio Bigio, paus Clemens VII
Apsis, Di Baccio Bigio, paus Clemens VII (links) en
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis, Da Montelupo, paus Leo X
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis, Da Montelupo, paus Leo X
Apsis, Monument van Clemens VII, linkse profeet,
Apsis, Monument van Leo X, rechtse profeet
Apsis, Bovenkasten van de monument van paus Clemens VII
Apsis, Bovenkasten van de monument van paus Leo X

Leo X (Giovanni de’Medici) was paus van 1513 tot 1521 en hij was de zoon van de Florentijnse hertog Lorenzo il Mag­ni­fico. Hij werd door paus Inno­cen­tius VIII al op zijn dertiende tot kardi­naal gewijd. Onder zijn pon­tificaat be­gon onder Luther de reforma­tie; hij excommuniceer­de Luther meteen.

Clemens VII (Giulio de’Medici) was paus van 1523 tot 1534. Onder zijn be­wind vond in 1527 het ‘Sacco di Roma’ plaats, de plundering en totale ver­woes­ting van Rome door de Duitse protestantse troepen van keizer Karel V, een van de meest dramatische gebeurtenissen uit de geschiedenis van Rome.

Hij was het ook die koning Hendrik VIII toestemming weigerde te schei­den van zijn eerste vrouw Catharina van Ara­gon en opnieuw te trouwen met Anna Boleyn. Met die weigering werd de scheuring tus­sen de Rooms-katho­lie­ke en de Angli­caan­se Kerk bewerkstelligd.
Tussen het pausschap van deze beide de’Medici-pausen zit minder dan twee jaar; tussen hen in bekleedde de uit Utrecht afkom­stige Adriaen Boeiens als Adria­nus VI de pauselijke troon.

– Ano­niem: Epi­taaf van kar­di­naal Pietro Bem­bo (in de vloer van de apsis ach­ter het hoog­al­taar)

Bembo, die leefde van 1470 tot 1547, was een belang­rijke dich­ter, schrij­ver en huma­nist uit de bloei­tijd van de re­nais­san­ce en tot slot de secre­ta­ris van paus Leo X.
Hij maak­te de tekst voor de tombe van Rafael in het Pan­the­on. Hij was een vriend van pau­sen en vor­sten van wie de uit­spraak was: ‘Laten wij van het paus­schap ge­nie­ten, want God heeft het ons ge­schon­ken’.

Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Apsis, Gebrandschilderde ramen, rozet (internet)
Gebrandschilderde ramen
(roset in de ingangsgevel) *

– Bernardino Riccardi, Giuseppe Bertini en Moroni: Gebrand­schilderde ramen

De ramen hier, maar ook elders in de kerk, zijn toevoegingen uit het midden van de 19e eeuw en doen den­ken aan plakplaatjes.
Zij stellen heiligen uit de Domini­ca­ner Orde voor.

– Michelangelo: Cristo Re­den­tore (verrezen Christus met het kruis) (tegen pilaar links vóór het koor)

Het beeldhouwwerk staat ook bekend als Cristo della Minerva.
Dit weinig expressieve Chris­tus­beeld uit 1519/’21 was een opdracht (geda­teerd 14 juli 1514) van de Ro­meinse edellieden Metel­lo Vari, Pietro Paolo Castel­la­ni, Mario Scappucci en Bernardo Cencio aan Michelangelo en het werk vormt nadrukkelijk niet het hoogtepunt van zijn oeuvre.
De kunstenaar keerde in 1520 terug naar Florence en liet zijn ontwerp in Rome door onervaren leerlingen (vooral door Raffaello da Montelu­po, Pietro Urbano en Federico Frizzi) uitvoeren; zij verknoeiden dit zo­danig dat Michelangelo bij terugkomst aanbood het werk opnieuw te maken.
Al tijdens zijn leven verweet men Michelangelo, dat het beeld eerder een heidense Apollo dan de Zoon Gods voorstelde. Het misschien wat al te nadrukkelijk gecontraposteerde, gespierde lichaam van Christus, en nog wel zonder de stigmata, herinnert eerder aan een hellenistisch ere­standbeeld voor een geslaagde sportman dan aan het lijden van de Ver­losser. Het was voor Michelangelo belangrijk dat de armen vrij kon­den bewegen. Kruis, staf en spons doen als attributen een beetje gedwon­gen aan, alsof ze zijn toegevoegd. Misschien heeft Michel­ange­lo dit contrast tussen heidense ideale schoonheid en christelijke reli­gie bewust gezocht, zoals de humanisten aan het eind van de 15e eeuw steeds weer het vraagstuk van de gelijk­stel­ling van de christelijke Verlosser, het Licht der Wereld, met de lichtgod uit de oud­heid bediscuteerd hebben.
Oorspronkelijk was deze Christus-Heros weergegeven in ‘humilitas’ (in deemoedige naaktheid); in latere eeuwen is om preuts­heidsredenen de doek van verguld brons toegevoegd.
Het beeld heeft lange tijd ook een sandaalachtige, bronzen bekleding om de rechtse voet gehad ter bescherming tegen het vele kussen en de strelingen van de pelgrims.

Pilaar links van apsis, Michelangelo, Cristo Redentore
Pilaar links van apsis, Michelangelo, Cristo Redentore
Vestibolo
Vestibolo

Vestibolo (eerste koorkapel links)

Vroeger waren hier de kapellen van de Cenci en van de Rustici. Vanaf 1600 ging men deze ka­pel­len gebruiken als achteringang van de kerk. Deze kapel bevat graftombes in verschillende stij­len:

Rechtse wand (van voor naar achter):

– Romeinse School: Grafmonu­ment van Latino en Matteo Orsini

Dit monument dateert gedeeltelijk uit de 13e en 14e eeuw en voor een ander deel uit de 17e eeuw.

– Gian Lorenzo Bernini, Ercole Ferra­ta, Antonio Raggi en Gio­vanni Antonio Mari: Grafmonu­ment van kardinaal Dome­ni­co Pi­men­tel
Het monument uit 1653 werd ontwor­pen door Ber­nini en het beeldhouw­werk is door een aan­tal van zijn leer­lin­gen uitgevoerd, met name door Ercole Ferrata.
Aan de voet van de sarcofaag zitten vier allego­ri­sche figuren: la Sapienza (weten­schap), la Fede (geloof), la Cari­tà (naastenliefde) en la Giustizia (recht­vaar­dig­heid).
Het knielende beeld bovenop is het por­tret van de overleden kardinaal.

– School van Andrea Breg­no: Graf­monument van Cin­zio en Marcello Rustico
Dit monument dateert van 1488.

Achterwand (boven de deur):

– Carlo Rainaldi, Giovan­ni Fran­ces­co de Rossi, Ercole Ferra­ta, Filippo Carcani en Michel Maille: Graf­monu­ment van kar­dinaal Carlo Bonelli
Het ontwerp van dit monument uit 1675 is van1611 is van Carlo Rai­nal­di.
De figuren van de enge­len en de perso­ni­fi­catie van la Pruden­za (voorzichtig­heid), la Giustizia (recht­vaar­digheid), la Cari­tà (barm­har­tig­heid) en la Religi­one (gods­dienst) zijn werken van beeld­houwers uit de omgeving van Ber­ni­ni.

Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, 1e koorkapel links, Vestibolo, Monument voor de Orsini
Vestibolo, Monument voor de Orsini
Bernini c.s., monument kardinaal Domeninco Pimentel
Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Vestibolo, Rainaldi en leerlingen, Monu- ment kardinaal Carlo Bonelli
Vestibolo, Rainaldi en leerlingen, Monument kardinaal Carlo Bonelli
Vestibolo, Monument voor Agapito en Paolo Rustico
Vestibolo, Monument voor Agapito en Paolo Rustico
Della Porta, grafmonument van kardinaal Michele Bonelli
Della Porta, grafmonument van kardinaal Michele Bonelli

Linkse wand (van achter naar voor):

– School van An­drea Bregno: Graf­monument van Aga­pito en Paolo Rus­tico
Dit monument dateert, even­als het er tegen­over staande, van 1488.
– Giacomo della Por­ta: Graf­monu­ment van kardinaal Miche­le Bonelli (Ales­san­drino)
Dit monument werd tus­sen 1598/1611 uit­ge­voerd. Het beeld van de op zijn elleboog leunen­de Dominicaner kardi­naal en die van la Reli­gione en la Pru­den­za zijn van de hand van Silla Lunga da Vigiù.

– Isaia da Pisa: Graf van Fra Angelico (op de vloer)
Deze beroemde Flo­ren­tijnse monnik-schil­der uit de vroege Renaissance heette eigenlijk Giovanni da Fiesole (1387–1455), maar is beter bekend als Beato Angelico of als Fra Angelico.
Hij stierf in het aan­gren­zende Domi­nica­ner klooster.
Zijn graf kreeg on­langs een nieuwe archi­tecturale om­lijs­ting. Het is overigens erg zeldzaam dat een monnik in een kerk wordt begraven; zij worden normaliter in de aarde begra­ven en zonder kist.
Op zijn bescheiden zerk is zijn portret aangebracht en een stukje tekst van paus Nicolaas V:

‘Non mihi sit laudi quod eram velut alter Apelles / Sed quod lucra tuis omnia Christe dabam. / Altera nam terris opera extant, altera cælo / Urbs me Johannem flos tulit Etruriæ’.
((vrij vertaald): Ik werd niet geprezen omdat ik een nieu­we Apelles geweest ben maar omdat ik al mijn ver­dien­sten te danken heb aan U o Christus. Deze van mijn werken blijven op aarde, maar de andere zijn van de hemel. Ik, Giovanni, geboren in de stad, bloem van Etru­rië).

Vestibolo, Roma, Chiesa di Santa Maria sopra Minerva, Vestibolo, Graf van Fra Angelico
Vestibolo, Graf van Fra Angelico

Hoewel men hem vanouds ook Beato An­ge­li­co (heilige engel) noem­de, was hij nooit offi­cieel zalig verklaard. Dat gebeur­de pas in 1982 per pauselijk decreet, dat wil zeggen zon­der onder­zoek­proces, waarmee Johannes Paulus II de Con­gregatie voor de heiligverklaringen schoffeerde omdat Fra Ange­li­co op geen enkele wijze voldeed aan de voor­waar­de, dat de aspi­rant-zalige daad­werkelijk wordt ver­eerd. Maar Johannes Pau­lus II kreeg nooit genoeg van zalig- en heiligverkla­rin­gen en zou er meer verrichten dan al zijn voorgangers samen.

* Bron afbeelding: Internet (auteur niet kunnen achterhalen)