ARA PACIS (AUGUSTÆ)


( Campo Marzio )

( deel 2/2 )

Altaar

Het eigenlijke altaar, waar het allemaal om te doen is, is weliswaar groot maar ook een onopvallende en ongedecoreerde marmeren tafel die in het niet valt in vergelijking met de schitterende ommuring. De altaarmensa staat op een podium met alleen aan de voorzijde vier treden en neemt bijna de gehele ruimte binnen de ommuring in. Op het altaar werden dieren, wijn en vruchten geofferd.
Aan de zijkant zijn friezen (kuiven) aangebracht met gebeeldhouwde figuren, zoals een paar gevleugelde leeuwen.

– Linkse fries, binnenkant

Aan de binnenzijde van de linkse fries gaan alle zes Vestaalse maagden met helpers in optocht.

– Rechtse fries, binnenkant

Van de fries aan de andere kant is alleen een fragment overgebleven. Het laat twee figuren zien, de eerste een flamen (priester) en de andere achter hem is Augustus als Pontifex Maximus.

– Linkse fries, buitenkant

Hier is een optocht afgebeeld van twee ossen en een schaap, die naar de offerplaats worden geleid door 12 victimarii. In hun handen houden zij offerinstrumenten: een mes, dienbladen, de knots, e.d. Voorop loopt een man in toga, mogelijk een priester.

Altaarfries, Offerprocessie
Altaarfries, Offerprocessie
Altaarfries, Gevleugelde leeuwen
Altaarfries, Gevleugelde leeuwen
Altaarfries, Vestaalse maagden
Altaarfries, Vestaalse maagden
Altaarfries, Offerprocessie, detail
Altaarfries, Offerprocessie, detail
Lupercalia
Lupercalia
Offer van Aeneas
Offer van Aeneas
Tellus
Tellus
Godin Roma
Godin Roma

Reconstructie van een aantal panelen *

Res Gestæ Divi Augusti (De daden van de goddelijke Augustus)

De tekst bestaat uit een korte inleiding, 32 paragrafen en een postume appendix. De hoofdtekst wordt meestal in vier gedeelten gezien:

Par. 2 – 14

Inhoud: Politieke carrière. Augustus vermeldt de openbare ambten die hij heeft bekleed en de politieke en militaire eretitels die hij heeft verworven, maar hij somt ook de ambten en eretitels op die hij heeft geweigerd.

Par. 15 – 24

Donaties in geld, goederen of land aan soldaten en burgers. Tevens somt hij de publieke wer-ken en de gladiatorenspelen op die hij met eigen geld heeft bekostigd, een feit waarop in de tekst nadrukkelijk gewezen wordt.

Par. 25 – 33

Militaire overwinningen en allianties, waarbij nogal selectief te werk wordt gegaan.

Par. 34 – 35

Dit gedeelte is in de derde persoon gesteld, en, aldus de tekst, na de dood van Augustus toe-gevoegd. Het is gesteld als een eerbetoon van de Romeinse bevolking die hem dankt voor zijn regeerperiode. Verder worden gebouwen die door Augustus zijn begonnen of gerenoveerd opgesomd. Het stelt dat de Princeps 600 miljoen denarii uit eigen fondsen heeft opgebracht voor publieke werken.

Rerum gestarum divi Augusti, quibus orbem terra[rum] imperio populi Romani subiecit, et impensarum, quas in rem publicam populumque Romanum fecit, incisarum in duabus aheneis pilis, quae su[n]t Romae positae, exemplar sub[i]ectum.

Hieronder volgt een kopie van de krijgsdaden van de vergoddelijkte Augustus waarmee hij de wereld onder het gezag van het Romeinse volk bracht en van de uitgaven die hij gedaan heeft voor de staat en het Romeinse volk. Deze daden en uitgaven zijn aangebracht op twee bronzen zuilen die in Rome zijn opgesteld.

Pars prima

1.  Annos undeviginti natus exercitum privato consilio et privata impensa comparavi, per quem rem publicam a dominatione factionis oppressam in liberatatem vindicavi. Eo nomine senatus decretis honorificis in ordinem suum me adlegit C.Pansa et A.Hirtio consulibus, consularem locum simul dan sententiae ferendae, et imperium mihi dedit. Res publica, ne quid detrimenti caperet, a me pro praetore simul cum consulibus pro[viden]dum iussit. Populus autem eodem anno me consulem, cum cos. uterque in bello cecidisset, et triumvirum rei publicae costituendae creavit.

1. Toen ik negentien jaar was heb ik op eigen initiatief en met mijn eigen financiële middelen een leger op de been gebracht, waarmee ik de staat, die onder-drukt werd door de willekeur van een politieke par-tij, bevrijd heb. Hierdoor heeft de senaat mij, tijdens het consulaat van Gajus Pansa en Aulus Hirtius, in eervolle bewoordingen opgenomen in zijn midden. Hij gaf mij het recht om tegelijk met de consuls het woord te voeren en de hoogste militaire macht. Tegelijk beval de senaat mij er in de rang van pro-praetor met de consuls op toe te zien dat de staat geen schade zou lijden. Maar het volk koos mij in datzelfde jaar, toen allebei de beide consuls gesneu-veld waren, tot consul en tot één van de drie leden van de commissie tot inrichting van de staat.

2. Qui parentem meum [interfecer]un[t eo]s in exilium expuli iudiciis legitimis ultus eorum [fa]cin[us, e]t postea bellum inferentis rei publicae vici b[is a]cie.

2. De moordenaars van mijn vader heb ik verbannen. Hun misdaad heb ik gewroken door wettige gerech-telijke uitspraken en naderhand heb ik hen twee keer in een veldslag overwonnen, toen zij de staat beoor-loogden.

3. Bella terra et mari civilia externaque toto in orbe terrarum saepe gessi victorque omnibus v[eniam petentib]us civibus peperci. Externas gentes, quibus tuto ignosci potuit, conservare quam excidere malui. Millia civium Romanorum sub sacramento meo fuerunt circiter quingenta. Ex quibus deduxi in coloni]as aut remisi in municipia sua stipendis emeritis millia aliquanto plura quam trecenta et iis omnibus agros adsignavi aut pecuniam pro praemis militiae dedi. Naves cepi sescentas praeter eas, si quae minores quam triremes fuerunt.

3. Vaak heb ik, te land en ter zee over de hele wereld, oorlog gevoerd in binnen- en buitenland en als ik overwon heb ik alle burgers die om genade smeekten gespaard. Met vreemde volken wilde ik liever op goede voet staan dan hen vernietigen als hen veilig vergiffenis geschonken kon worden. Ongeveer 500.000 Romeinse burgers hebben als soldaat onder mij gediend. Voor heel wat meer dan 300.000 van hen heb ik na hun diensttijd koloniën gesticht of ik heb hen teruggestuurd naar hun eigen steden. Ik heb hen allemaal land toegewezen of geld geschonken als beloning voor hun tijd in het leger. 600 schepen heb ik buitgemaakt, afgezien van alle schepen kleiner dan drie-riemers.

4. Bis ovans triumphavi et tri[s egi] curulis triumphos et appella[tus sum v]iciens et semel imperator. [decernente plu]ris triumphos mihi sena[t]u, qua[ter eis su]persedi. L[aurum de f]asc[i]bus deposui in Capi[tolio votis, quae] quoque bello nuncupaveram, [sol]utis. Ob res a [me aut per legatos] meos auspicis meis terra ma[riqu]e pr[o]spere gestas qui[nquageniens et q]uinquiens decrevit senatus supp[lica]ndum esse dis immortalibus. Dies a[utem, pe]r quos ex senatus consulto [s]upplicatum est, fuere DC[CCLXXXX. In triumphis meis] ducti sunt ante currum meum reges aut r[eg]um lib[eri novem. Consul f]ueram terdeciens, cum [scribeb]a[m] haec, [et eram se]p[timum et] tricen[simu]m tribuniciae potestatis.

4. Twee keer heb ik te voet een triomftocht gehouden en drie keer in een wagen. Eenentwintig keer heb ik de eretitel ’imperator’ gekregen. Van alle andere triomftochten, die de senaat voor mij in gedachten had, heb ik afgezien. Ik heb de lauriertakken om de roedenbundels neergelegd (in de tempel) op het Ca-pitool na inlossing van de door mij in ieder oorlog afgelegde geloften. Wegens mijn krijgsverrichtin-gen, die door mij of door mijn commandanten onder mijn verantwoordelijkheid te land en ter zee met succes zijn uitgevoerd, heeft de senaat vijfenvijftig keer tot een dankfeest voor de onsterfelijke goden besloten. Maar er waren 890 dagen, waarop volgens senaatsbesluit een dankfeest werd gehouden. In mijn triomftochten zijn negen koningen en prinsen voor mijn wagen uit gevoerd. Op het moment dat ik dit schreef was ik dertien keer consul geweest en had ik voor het zevenendertigste jaar de macht alsof ik volkstribuun was.

5. Dic]tat[ura]m et apsent[i e]t praesent[i mihi delatam et a popul]o et a se[na]tu [M. Marce]llo e[t] L.Arruntio [cos.] non rec[epi. Non sum] depreca[tus] in s[umma f]rum[enti p]enuria curatio[n]em an[non]ae. [qu] am ita ad[min]ist[ravi, ut] in[tra] die[s] paucos metu et periclo p[r] aesenti civitatem univ[ersam liberarem impensa et] cura mea. Consul[atum] quoqu]e tum annum e[t perpetuum mihi] dela[tum non recepi.]

5. De alleenheerschappij, die tijdens het consulaat van Marcus Marcellus en Lucius Arruntius door zowel het volk als de senaat aan mij (zowel tijdens mijn af-wezigheid als toen ik in de stad was) werd aangebo-den heb ik niet aangenomen. Ik heb de graanvoor-ziening in een periode van groot tekort aan koren ter hand genomen. En deze graanvoorziening heb ik op eigen kosten en in eigen beheer zo georganiseerd dat binnen een paar dagen alle burgers van de heersende angst en beproeving bevrijd waren. Ook het jaarlijk-se consulaat, dat mij toen voor de rest van mijn leven werd aangeboden, heb ik niet aangenomen.

6. Consulibus M. Vinicio et Q. Lucretio] et postea P. Lentulo et Cn. L[entulo et tertium Paullo Fabio Maximo] e[t Q. Tuberone senatu populoq]u[e Romano consentientibus] ut cu[rator legum et morum maxima potestate solus crearer nullum magistratum contra morem maiorem delatum recepi. Quae tum per me fieri senatus] v[o]luit, per trib[un]ici[a]m p[otestatem perfeci, cuius potes]tatis conlegam et [ips]e ultro [quinquiens mihi a sena]tu[de]poposci et accepi.

6. Ik heb tijdens het consulaat van Marcus Vinicius en Quintus Lucretius, daarna tijdens dat van Publius Lentulus en Gnaeus Lentulus en ten derde male tij-dens het consulaat van Paullus Fabius Maximus en Quintus Tubero geen enkel ander ambt dat mij aan-geboden werd en dat in strijd was met de gewoonten van onze voorouders aangenomen, toen de senaat en het volk van Rome gezamenlijk van mening waren dat ik, zonder collega, gekozen moest worden als hoogste autoriteit voor de controle op wetten en zeden. De taken die de senaat toentertijd door mij uitgevoerd wilde zien worden, heb ik voltooid met de macht die ik had alsof ik volkstribuun was. Hierbij heb ik uit eigen beweging vijf keer bij de senaat om een collega-volkstribuun gevraagd en die heb ik ook gekregen.

7. Tri]umv[i]rum rei pu[blicae c]on[s]ti[tuendae fui per continuos an]nos [decem. P]rinceps s[enatus fui usque ad e]um d[iem, quo scrip]seram [haec, per annos] quadra[ginta. Pon]tifex [maximus, augur, Xvvir]um sacris fac[iundis, VIIvirum ep]ulon[um, frater arvalis, sodalis Titius], fetialis fui.

7. Tien jaar onafgebroken ben ik één van de drie leden van de commissie tot inrichting van de staat geweest. Veertig jaar ben ik ’princeps senatus’ geweest tot op de dag waarop ik dit schreef. Verder ben ik opperpriester geweest, lid van het priestercollege van de ’augures’, lid van het priestercollege van vijf-tien, lid van het priestercollege van zeven, lid van het priestercollege van de ’Fratres Arvales’, lid van het priestercollege van Titus Tatius en lid van het pries-tercollege van twintig.

8. Patriciorum numerum auxi consul quintum iussu populi et senatus. Senatum ter legi. Et in consulatu sexto censum populi conlega M. Agrippa egi. Lustrum post annum alterum et quadragensimum fec[i]. Quo lustro civium Romanorum censa sunt capita quadragiens centum millia et sexag[i]inta tria millia. ~ Tum [iteru]m consulari com imperio lustrum [s]olus feci C. Censorin[o et C.] Asinio cos. Quo lustro censa sunt civium Romanorum [capita] quadragiens centum millia et ducenta triginta tria mi[llia. Et tertiu]m consulari cum imperio lustrum conlega Tib. Cae[sare filio] m[eo feci,] Sex. Pompeio et Sex. Appuleio cos. Quo lustro ce[nsa sunt]civ[ium Ro]manorum capitum quadragiens centum mill[ia et n]onge[nta tr]iginta et septem millia. Legibus novi[s] m[e auctore l]atis m[ulta e]xempla maiorum exolescentia iam ex nostro [saecul]o red[uxi et ipse] multarum rer[um exe]mpla imitanda pos[teris tradidi.]

8. Op bevel van de senaat en het volk heb ik tijdens mijn vijfde consulaat het aantal patriciërs vergroot. Drie keer heb ik de lijst van senatoren herzien. En in mijn zesde consulaat heb ik met mijn collega Marcus Agrippa een vermogensschatting onder het volk gehouden. Na tweeënveertig jaar heb ik weer een zoenoffer gebracht. Bij dit zoenoffer zijn 4.063.000 Romeinen geregistreerd. De tweede keer heb ik op grond van mijn consulaire macht alleen een zoen-offer gebracht tijdens het consulaat van Gajus Cen-sonnus en Gajus Asinius; bij dit zoenoffer zijn 4.233.000 Romeinen geregistreerd. De derde keer heb ik op grond van mijn consulaire macht samen met mijn zoon Tiberius Caesar als collega een zoen-offer gebracht tijdens het consulaat van Sextus Pompeius en Sextus Appuleius; bij dit zoenoffer zijn 4.937.000 Romeinen geregistreerd. Door op mijn ini-tiatief ingevoerde nieuwe wetten heb ik veel, in onze tijd in vergetelheid geraakte, voorbeeldige gewoon-ten van onze voorouders nieuw leven ingeblazen. Ook zelf heb ik voor het nageslacht veel navolgenswaardige voorbeelden nagelaten.

9.  Vota p[ro valetudine meo susc]ipi p[er cons]ules et sacerdotes qu[in]to  qu[oque anno senatus decrevit. Ex iis] votis s[ae]pe fecerunt vivo m[e ludos aliquotiens sace]rdo[tu]m quattuor amplissima colle[gia, aliquotiens consules. Pr]iva[t]im etiam et municipatim univer[si cives unanimite]r con[tinente]r apud omnia pulvinaria pro vale[tu]din[e mea s]upp[licaverunt.]

9. De senaat heeft verordend dat de consuls en priester om de vijf jaar offers voor mijn welzijn moesten brengen. Op grond van deze geloften hebben tijdens mijn leven zowel de vier belangrijkste priestercolleges als de consuls herhaaldelijk spelen georganiseerd.
Maar ook alle burgers hebben, privé of als stad, eensgezind en onophoudelijk in alle tempels voor mijn welzijn gebeden.

10. Nom[en me]um [sena]tus c[onsulto inc]lusum est in saliare carmen et sacrosanctu[s in perp]etum [ut essem et, q]uoad ivierem, tribunicia potestas mihi [esse, per lege]m sanc[tum est. Pontif]ex maximus ne fierem in vivi [c]onlegae l]ocum, [populo id sace]rdotium deferente mihi, quod pater meu[s habuer]at, r[ecusavi. Qu]od sacerdotium aliquod post annos, eo mor[t]uo q[ui civilis] m[otus o]ccasione occupaverat, cuncta ex Italia [ad comitia mea] confluen[te mu]ltitudine, quanta Romae nun[q]uam [fertur ante i]d temp[us fuisse], recep[i] P. Sulpicio C. Valgio consulibu[s].

10. Op grond van een senaatsbesluit is mijn naam ingevoegd in het ’camen Saliare’ en het ligt bij wet vast dat ik voor eeuwig onschendbaar ben en dat ik zolang ik leef de macht die hoort bij het ambt van volkstribuun heb. Toen het volk mij het priesterschap dat ook mijn vader had bekleed aanbood, heb ik geweigerd opperpriester te worden in de plaats van de nog levende opperpriester. Ik heb het een aantal jaren later  aangenomen tijdens het consulaat van Publius Sulpicius en Gajus Valgius, toen de man die er zich meester van had gemaakt tijdens de burgertwisten was gestorven. Uit heel Italië stroomde toen in Rome een mensenmassa bijeen voor mijn verkiezing; de grootste, zegt men, tot dan toe.

11. Aram [Fortunae] R[educis a]nte aedes Honoris et Virtutis ad portam Cap[enam pro] red[itu me]o senatus consacravit, in qua ponti[fices et] vir[gines Ve]stal[es anni]versarium sacrificium facere [decrevit eo] di[e quo co]nsul[ibus Q. Luc]retio et [M. Vi]nic[i]o in urbem ex [Syria redieram, et diem Augustali]a ex [c]o[gnomine] nos[t]ro appellavit.

11De senaat heeft als dank voor mijn terugkeer bij de Porta Capena, vóór de tempel van Eer en Deugd een altaar gewijd aan Fortuna de Terugbrengster. Hij heeft priesters en Vestaalse maagden opdracht gegeven op dat altaar jaarlijks een offer te brengen op de dag van mijn terugkeer naar Rome vanuit Syrië tijdens het consulaat van Quintus Lucretius en Marcus Vinicius. De senaat gaf deze dag, naar mijn bijnaam, de naam ’Augustalia’.

12. Senatus consulto ea occasion]e pars [praetorum e]t tribunorum [plebi cum consule Q.] Lu[cret]io et princi[pi] bus viris [ob]viam mihi mis[s]a e[st in Campan]iam, quo honos [ad ho]c tempus nemini praeter [m]e es[t decretus. Cu]m ex H[is[]ania Gal[liaque, rebu]s in iis provincis prosp[e]re [gest]i[s], R[omam redi] Ti. Nerone P. Qui[ntilio c]o[n]s[ulibu]s, ~ aram [Pacis A]u[g]ust[ae senatus pro]redi[t]u meo consa[c]randam [censuit] ad campam [Martium, in qua ma]gistratus et sac[er]dotes [et v]irgines V[est]a[les ann]iversarium sacrific]ium facer[e decrevit.]

12Op de invloed van de senaat is een deel van de praetoren en volkstribunen met consul Quintus Lucretius en andere aanzienlijke burgers mij tegemoet gestuurd, richting Campanië. Deze eer is tot nu toe aan niemand anders toegekend. Toen ik tijdens het consulaat van Tiberius Nero en Publius Quintilius na voorspoedig verlopen veldtochten vanuit de provincies Spanje en Gallië naar Rome terugkeerde, besloot de senaat als dank voor mijn terugkeer op het Marsveld een altaar te wijden aan de Vrede van Augustus. Hij heeft magistraten, priesters en Vestaalse maagden opdracht gegeven op dat altaar jaarlijks een offer te brengen.

13. Ianum] Quirin[um, quem cl]aussum ess[e maiores nostri voluer]unt, cum [p]er totum i[mperium po]puli Roma[ni terra marique es]set parta victoriis pax, cum pr[ius quam] nascerer, a co[ndita] u[rb]e bis omnino clausum [f]uisse prodatur m[emori]ae, ter me princi]pe senat]us claudendum esse censui[t].

13Toen ik ’princeps senatus’ was, heeft de senaat het heiligdom van Janus Quirinus drie keer laten sluiten. Onze voorouders wilden dat de deuren gesloten waren wanneer er in het hele rijk van het Romeinse volk, te land en ter zee, door overwinningen vrede heerste. Men zegt dat dit heiligdom tussen de stichting van Rome en mijn geboorte slechts twee keer gesloten is geweest.

14.  Filios meos, quos iuv[enes] mihi eripuit for[tuna], Gaium et Lucium Caesares, honoris mei causa senatus populusque Romanus annum quintum et decimum agentis consules designavit, ut [e]um magistratum inirent post quinquennium. Et ex eo die, quo deducti [s]unt in forum ut interessent consiliis publicis decrevit sena[t]us. Equites [a]utem Romani universi principem iuventutis utrumque eorum parm[is] et hastis argenteis donatum appellaverunt.

14De senaat en het volk van Rome hebben Gajus en Lucius Caesar, mijn zoons die het lot mij op jeugdige leeftijd ontrukt heeft, te mijner ere op veertienjarige leeftijd tot consuls  aangewezen met de restrictie dat zij dit ambt pas na vijf jaar zouden bekleden. Ook besloot de senaat dat zij op de dag waarop ze officieel naar het forum werden geleid ook mochten deelnemen aan de senaatsvergaderingen. Bovendien heeft de gezamenlijke Romeinse ridderstand hen beiden de titel ’princeps iuventutis’ en een zilveren schild en speer ten geschenke gegeven.

Pars altera

15.  Plebei Romanae viritum HS trecenos numeravi ex testamento patris mei. et nomine meo HS quadringenos ex bellorum manibiis consul quintum dedi, iterum autem in consulatu decimo ex patrimonio meo HS quadringenos congiari viritim pernumer[a]vi, et consul undecimum duodecim frumentationes frumento pr[i]vatim coempto emensus sum. ~ et tribunicia potestate duodecimum quadringenos nummos tertium viritim dedi. Quae mea congiaria p[e]rvenerunt ad [homi]num millia nunquam minus quinquaginta et ducenta. Tribuniciae potestatis duodevicensimum consul XII trecentis et viginti millibus plebis urbanae sexagenos denarios viritim dedi. Et colon[i]s militum meorum consul quintum ex manibiis viritim millia nummum singula dedi. acceperunt id triumphale congiarium in colonis hominum circiter centum et viginti millia. Consul tertium dec[i]mum sexagenos denarios plebei, quae tum frumentum publicum acciebat, dedi; ea millia hominum paullo plura quam ducenta fuerunt.

15Het gewone Romeinse volk heb ik uit mijn vaders erfenis per man 300 sestertiën gegeven en in mijn vijfde consulaat uit eigen naam uit de krijgsbuit 400 sestertiën. Tijdens mijn tiende consulaat heb ik uit mijn ouderlijk bezit weer 400 sestertiën per persoon als gift uitgeteld, tijdens mijn elfde heb ik twaalf keer graan dat ik zelf gekocht had uitgedeeld en tijdens mijn twaalfde jaar dat ik de macht had alsof ik volkstribuun was, heb ik voor de derde keer 400 sestertiën per persoon geschonken. Deze gratificaties van mij bereikten altijd meer dan 250.000 mensen. In het achttiende jaar dat ik de macht had alsof ik volkstribuun was (mijn twaalfde als consul) heb ik aan 320.000 personen van het gewone volk in Rome zestig denarii per persoon gegeven. In de koloniën van mijn soldaten heb ik tijdens mijn vijfde consulaat iedereen afzonderlijk 1000 sestertiën uit de krijgsbuit gegeven. Rond de 120.000 bewoners van de koloniën hebben deze gratificatie bij mijn triomf ontvangen. In mijn dertiende consulaat heb ik het gewone volk, dat toen in aanmerking kwam voor gratis koren, per persoon 60 denarii geschonken. Dit betrof iets meer dan 200.000 mensen.

16.  Pecuniam [pr]o agris, quos in consulatu meo quarto et postea consulibus M. Cr[a]ssao et Cn. Lentulo augure adsignavi militibus, soliv municipis. Ea [s]u[mma s]estertium circiter sexsiens milliens fuit, quam [p]ro Italicis praedis numeravi. et ci[r]citer bis mill[ie]ns et sescentiens, quod pro agris provincialibus soliv. Id primus et [s]olus omnium, qui [d]eduxerunt colonias militum in Italia aut in provincis, ad memoriam aetatis meae feci. Et postea Ti. Nerone et Cn. Pisone consulibus, et D.Laelio cos., et C. Calvisio et L. Pasieno consulibus, et L. Le[nt]ulo et M. Messalla consulibus, et L.Caninio et Q. Fabricio co[s.], milit[i]bus, quos emeriteis stipendis in sua municpi[a dedux]i, praem[i]a numerato persolvi. ~ quam in rem sestertium q[uater m]illiens cir[cite]r impendi.

16Ik heb de steden uitbetaald voor het land, dat ik tijdens mijn vierde jaar als consul en, daarna, tijdens het consulaat van Marcus Crassus en Gajus Lentulus Augur, aan mijn soldaten heb toegewezen. Het aantal sestertiën dat ik voor land in Italië neertelde was rond de 600.000.000; voor land in de provincies was ik rond de 260.000 sestertiën kwijt. Ik heb dit als eerste en, tot nu toe, als enige van hen, die veteranenkoloniën gesticht hebben in Italië of de provincies, gedaan. Ook later, tijdens de consulaten van Tiberius Nero en Gnaeus Piso, van Gajus  Antistius en Decimus Laelius, van Gajus Calvisius en Lucius Pasienus, van Lucius Lentulus en Marcus Messalla en van Lucius Caninius en Quintus Fabricius, heb ik de soldaten, die ik na hun diensttijd naar hun steden heb teruggevoerd, beloningen in contanten uitbetaald. Dit heeft me ongeveer 400.000.000 sestertiën gekost.

17.  Quater [pe]cunia mea iuvi aerarium, ita ut sestertium milliens et quing[en]ties ad eos qui praerant aerario detulerim. Et M. Lepido et L. Ar[r]untio cos. in aerarium militare, quod ex consilio n[eo] co[ns]titutum est, ex [q]uo praemia darentur militibus, qui vicena [aut plu]ra sti[pendi]a emeruissent — HS milliens et septing[e]nti[ens ex pa]t[rim]onio [m]eo detuli.

17Vier keer heb ik met mijn eigen geld de schatkist gesteund: ik heb 150.000.000 sestertiën aan de beheerders van de schatkist gegeven. En tijdens het consulaat van Marcus Lepidus en Lucius Arruntius heb ik uit mijn ouderlijk bezit 170.000.000 sestertiën gedoneerd aan de schatkist voor het leger, die op mijn aanraden was ingesteld om daaruit beloningen toe te kennen aan soldaten die twintig jaar of meer gediend hadden.

18.  Ab eo anno q]uo Cn. et P. Lentuli c[ons]ules fuerunt, cum deficerent [vecti]g[alia, tum] centum millibus h[omi]num, tum pluribus multo frume[ntarios et n]umma[rio]s t[ributus ex horr]eo et patr[i]monio m[e]o edidi.

18Vanaf het jaar, dat Gnaeus en Publius Lentulus consul waren, heb ik telkens als de belastinginkomsten tekort schoten uit mijn eigen graanschuren en ouderlijk bezit soms aan 100.000 personen, soms aan veel meer koren en geld geschonken.

19.  Curiam et continens ei Chalcidicum templumque Apollinis in Palatio cum porticibus, aedem divi Iuli, Lupercal, porticum ad circum Flaminium, quam sum appellari passus ex nomine eius qui priorem eodem in solo fecerat Octaviam, pulvinar ad circum maximum, aedes in Capitolio Iovis Feretri et Iovis Tonantis, ~ aedem Quirini, aedes Minervae et Iunonis reginae et Iovis Libertatis in Aventino, aedem Larum in summa sacra via, aedem deum Penatium in Velia, aedem Iuventatis, aedem Matris Magnae in Palatio feci. 

19Ik heb het volgende laten bouwen: het Senaatsgebouw en aanpalende Chalcidicum, de tempel van Apollo op de Palatijn met zuilengalerijen, de tempel van de vergoddelijkte Julius, het Lupercal, de zuilengalerij bij het circus Flaminius, die met mijn goedkeuring de galerij van Octavius genoemd werd naar de man die op dezelfde plaats eerder een zuilengalerij had gebouwd, de keizerlijke loge bij het Circus Maximus, de tempels van Jupiter Feretrius en Jupiter de Donderaar op het Capitool, de tempel van Quirinus, de tempels van Minerva, Juno de Koningin en Jupiter van de Vrijheid, de tempel van de staatsgoden op het hoogste punt van de Heilige Weg, de tempel van de stadsgoden op de Velia-hoogte, de tempel van de Jeugd en op de Palatijn de tempel van de Grote Moeder.

20.  Capitolium et Pompeium theatrum utrumque opus impensa grandi refeci sine ulla inscriptione nominis mei. Rovos aquarum compluribus locis vetustate labentes refeci, ~ et aquam quae Marcia appellatur duplicavi fonte novo in rivum eius inmisso. Forum Iulium et basilicam quae fuit inter aedem Castoris et aedem Saturni, ~ coepta profligataque poera a patre meo, perfeci, et eandem basilicam consumptam incendio ampliato eius solo sub titulo nominis filiorum m[eorum i]ncohavi, et, si vivus non perfecissem, perfici ab heredibus [meis ius]si. Duo et octoginta templa deum in urbe consul sextum ex [auctori]tate senatus refeci, nullo praetermisso quod e[o] tempore [refici debeba]t. Consul septimum viam Flaminiam a[b urbe]  Ari[minum refeci pontes]que omnes praeter Mulvium et Minucium.

20Het Capitool en het theater van Pompeius heb ik allebei voor veel geld gerestaureerd zonder er mijn naam op te zetten. Door ouderdom vervallen kanalen van aquaducten heb ik hersteld en ik heb het vermogen van het aquaduct van Marcius verdubbeld nadat ik een nieuwe bron op zijn kanaal had aangesloten. Het Forum van Julius en de tussen de tempels van Castor en van Saturnus gelegen basilica – een werk waarmee mijn vader was begonnen en dat hij grotendeels voltooid had – heb ik afgebouwd. Deze basilica is door een brand verwoest en na uitbreiding van de vloeroppervlakte ben ik, in naam van mijn zoons, begonnen met de herbouw. Ik heb bevel gegeven dat mijn erfgenamen haar af moeten bouwen, mocht ik niet meer in leven zijn. Tijdens mijn zesde consulaat heb ik in Rome door invloed van de senaat tweeëntachtig tempels van de goden laten restaureren, zonder er één die het nodig had te vergeten. In mijn zevende consulaat heb ik de Via Flaminina (van Rome tot aan Rimini) laten herstellen benevens alle bruggen, behalve de Milvius- en Miniciusbrug.

21.  In privato solo Martis Ultoris templum [f]orumque Augustum [ex ma]n[i]biis feci. Theatrum ad aede Apollinis in solo magna ex parte a p[r]i[v]atis empto feci, quod sub nomine M. Marcell[i] generi mei esset. Don[a e]x manibiis in Capitolio et in aede divi Iu[l]i et in aede Apollinis de Vestae et in templo Martis Ultoris consecravi, quae mihi constituerunt HS circiter milliens. Auri coronari pondo triginta et quinque millia municipiis et colonis Italiae conferentibus ad triumpho[s] meos quintum consul remisi, et postea, quotienscumque imperator a[ppe]llatus sum, aurum coronarium non accepi, decernentibus municipii[s] et colonis aequ[e] beni[g]ne adque antea decreverant.

21Op privéterrein heb ik met geld van de krijgsbuit de tempel van Mars de Wreker en het Forum van Augustus gebouwd. Ik heb op grond, die ik voor het grootste deel van particulieren heb gekocht, bij de tempel van Apollo een theater gebouwd, dat naar mijn schoonzoon Marcus Marcellus genoemd moet worden. Geschenken uit de krijgsbuit heb ik plechtig op het Capitool, in de tempel van de vergoddelijkte Julius, in de tempel van Apollo, in de tempel van Vesta en in de tempel van Mars de Wreker geplaatst. Dit heeft mij ongeveer 100.000.000 sestertiën gekost. 35.000 pond goud, dat de steden en koloniën van Italië bijeen hadden gebracht voor mijn triomftochten, heb ik hen teruggegeven tijdens mijn vijfde consulaat. Telkens als ik naderhand de eretitel ’imperator’ kreeg, heb ik afgezien van dat goud hoewel de steden en koloniën het mij even welwillend als eerder toekenden.

22.  Munus gladiatorium dedi meo nomine et quinquiens filiorum meorum aut n[e]potum nomine; quibus muneribus depugnaverunt hominum circiter decem millia. Bis athletarum undique accitorum spectaculu[m] p[o]pulo pra[ebui meo nomine et tertium nepo[tis] mei nomine. Ludos feci m[eo no]m[ine] quater, aliorum autem magistratuum vicem ter et viciens. Pro conlegio Xvvirorum magis[ter con]legii collega M. Agrippa ludos saeclares, C. Furnio C.Silano cos. [feci. C]onsul XIII ludos Mar[tia]les primus feci, quos post id tempus deincep[s] ins[equen]ti[bus] annis [ex senatus consulto et lege fecerunt consules. Venation[es] best[ia]rum Africanarum meo nomine aut filio[ru]m meorum et nepotum in circo aut in foro aut in amphitheatris, popul[o d]edi sexiens et viciens, quibus confecta sunt bestiarum circiter tria m[ill]ia et quingentae.

22Drie keer heb ik onder mijn eigen naam gladiatorengevechten gegeven en vijf keer onder de naam van mijn zoons of kleinzoons. Bij deze spelen hebben ongeveer 10.000 mensen voor hun leven gevochten. Twee keer heb ik onder mijn eigen naam het volk een schouwspel geboden van atleten uit heel de wereld en één keer onder de naam van mijn kleinzoon. Vier keer heb ik onder mijn eigen naam spelen georganiseerd en drieëntwintig keer onder de naam van andere magistraten. Voor het priestercollege van vijftien heb ik als voorzitter, met Marcus Agrippa als collega, de eeuwspelen gegeven tijdens het consulaat van Gajus Furnius en Gajus Silanus. In mijn dertiende consulaat heb ik als eerste de spelen voor Mars georganiseerd, die in de daaropvolgende jaren op grond van een senaatsbesluit en een wet door de consuls gegeven werden. Zesentwintig keer heb ik onder mijn eigen naam of die van mijn zoons of kleinzoons jachtpartijen met Afrikaans wild in het circus, op het forum of in het amfitheater gegeven. Hierbij zijn ongeveer 3.500 dieren gedood.

23.  Navalis proeli spectaclum populo de[di tr]ans Tiberim, in quo loco nunc nemus est Caesarum, avato [s]olo in longitudinem mille et octingentos pedes ~ in latudine[m mille] e[t] ducenti. In quo triginta rostratae naves triremes a[ut birem]es ~ plures autem minores inter se conflixerunt. Q[uibu]s in classibus pugnaverunt praeter remiges millia ho[minum tr]ia circiter. 

23Ik heb het volk een show, bestaande uit een zeeslag, gegeven aan de overkant van de Tiber, na uitdieping van het terrein over een lengte van 1.800 voet en een breedte van 1.200 voet. Op deze plek is nu het park van de Caesars. Bij dit showgevecht leverend dertig van scheepssnebben voorziene drie- en tweeriemers (en nog veel meer kleinere schepen) met elkaar slag. Op deze vloot hebben ongeveer 3.000 mannen gevochten, afgezien van de roeiers.

24.  In templis omnium civitatium prov[inci]ae Asiae victor ornamenta reposui, quae spoliatis templis is cum quo bellum gesseram privatim possederat. Statuae [mea]e pedestres et equestres et in quadrigeis argenteae steterunt in urbe XXC circiter, quas ipse sustuli ~ exque ea pecunia dona aurea in aede Apollinis meo nomine et illorum, qui mihi statuarum honorem habuerunt, posui. 

24In de tempels van alle steden in de provincie Azië heb ik als overwinnaar de kostbaarheden teruggeplaatst, die mijn tegenstander in zijn privébezit had nadat hij de tempels had leeggeroofd. Er hebben ongeveer tachtig zilveren standbeelden van mij (te voet, te paard of in een vierspan) in Rome gestaan, die ik zelf heb weggehaald. Van dat zilvergeld heb ik onder mijn  eigen naam én in naam van hen, die mij geëerd hadden met deze standbeelden, gouden giften in de tempel van Apollo geplaatst.

Pars tertia

25Mare pacavi a praedonibus. Eo bello servorum, qui fugerant a dominis suis et arma contra rem publicam ceperant, triginta fere millia capta dominis ad supplicium sumendum tradidi. Iuravit in mea verba tota Italia sponte sual et me be[lli] quo vici ad Actium ducem depoposcit. Iuraverunt in eadem ver[ba provi]nciae Galliae, Hispaniae, Africa, Sicilia, Sardinia. Qui sub [signis meis tum] militaverint, fuerunt senatores plures quam DCC, in ii[s qui vel antea vel pos]tea consules facti sunt ad eum diem quo scripta su[nt haec LX]X[XIII, sacerdo]tes ci[rc]iter CLXX.

25Ik heb de zee gezuiverd van zeerovers. In deze oorlog heb ik bijna 30.000 slaven, die van hun meesters waren weggevlucht en die in opstand waren gekomen tegen de staat, gevangengenomen en aan hun meesters gegeven om hen te bestraffen. Heel Italië heeft uit vrije wil aan mij trouw gezworen en het heeft van mij geëist de oorlog die ik bij Actium gewonnen heb te leiden. De provincies in Gallië en Spanje en de provincies Africa, Sicilië en Sardinië hebben op dezelfde manier aan mij trouw gezworen. Onder de militairen die toen onder mijn bevel stonden bevonden zich meer dan 700 senatoren. Daar onder waren 83 mannen, die consul zijn geweest voordat ik dit schreef of het erna zijn geworden, en ongeveer 170 priesters.

26.  Omnium prov{inciarum populi Romani], quibus finitimae fuerunt gentes quae non p[arerent imperio nos]tro, fines auxi. Gallias et Hispanias provincias, i[tem Germaniam qua inclu]dit Oceanus a Gadibus ad ostium Albis flumin[is pacavi. Alpes a re]gione ea, quae proxima est Hadriano mari, [ad Tuscum pacari fec]i. nulli genti bello per iniuriam inlato. Cla[ssis m]ea per Oceanum] ab ostio Rheni ad solis orientis regionem usque ad fi[nes Cimbroru]m navigavit, ~ quo neque terra neque mari quisquam Romanus ante id tempus adit, Cimbrique et Charydes et Semnones et eiusdem tractus alli Germanorum popu[l]i per legatos amicitiam mean et populi Romani petierunt. Meo iussu et auspicio ducti sunt [duo] exercitus eodem fere tempore in Aethiopiam et in Ar[a]biam, quae appel[latur Eudaemon, [maxim]aeque hos[t]ium gentis utr[iu]sque cop[iae] caesae sunt in acie et [c]om[plur]a oppida capta. In Aethiopiam usque ad oppidum Nabata pervent[um]est, cui proxima est Meroe. In Arabiam usque in fines Sabaeorum pro[cess]it exercitus ad oppidum Mariba.

26. Ik heb het gebied van alle provincies van het Romeinse volk, wanneer de buurvolken van die provincies ons niet gehoorzaamden, uitgebreid. Ik heb de provincies in Gallië en Spanje en de provincie Germanië – de Oceaan omsluit dit gebied vanaf Gades tot aan de monding van de Elbe – onderworpen. Ik heb vrede en rust gebracht in Alpen (vanaf de streek die bij de Adriatische Zee ligt tot aan de Tyrrheense Zee), waarbij ik niet één volk zonder goede reden de oorlog heb verklaard. Mijn vloot is vanaf de monding van de Rijn over de Oceaan gevaren naar het oosten tot aan het gebied van de Cimbren; een gebied waarheen voor die tijd nog nooit één Romein, te land of ter zee, was gegaan. De Cimbren, Charydes, Semnones en andere Germaanse volken uit diezelfde regio hebben via gezanten om vriendschapsverdragen met mij en het Romeinse volk gevraagd. Op mijn bevel en onder mijn verantwoordelijkheid zijn er in ongeveer dezelfde tijd twee legers naar gestuurd naar Ethiopië en het Gelukkige Arabië. Grote aantallen vijanden van beide volken zijn op het slagveld gesneuveld en veel versterkte steden zijn ingenomen. In Ethiopië heeft men de stad Nabata (in de buurt van Meroë) bereikt, in Arabië is het leger opgerukt tot aan de stad Mariba in het gebied van de Sabaeërs.

27Aegyptum imperio populi [Ro]mani adieci. Armeniam maiorum, interfecto rege eius Artaxe, c[u]m possem facere provinciam, malui maiorum nostrorum exemplo regn[u]m id Tigrani, regis Artavasdis filio, nepoti autem Tigranis regis, per T[i. Ne]ronem trad[er], qui tum mihi priv[ig]nus erat. Et eandem gentem postea d[e]sciscentem et rebellantem domit[a]m per Gaium filium meum regi Ariobarzani, regis Medorum Artaba[zi] filio, regendam tradidi ~ et post eius mortem filio eius Artavasdi. Quo interfecto, Tig[ra]ne qui erat ex regio genere Armeniorum oriundus, in id regnum misi. Provincias omnis, quae trans Hadrianum mare vergunt ad orien[te]m, Cyrenasque, iam ex parte magna regibus eas possidentibus, et antea Siciliam et Sardiniam occupatas bello servili reciperavi.

27. Egypte heb ik aan het rijk van het Romeinse volk toegevoegd. Hoewel ik Armenië Maior na de moord op koning Artaxes tot provincie had kunnen maken, heb ik er de voorkeur aangeven, naar het voorbeeld van onze voorouders, dit koninkrijk aan Tigranes, de zoon van koning Artavasdes en de kleinzoon van koning Tigranes, te geven; Tiberius Nero, toentertijd mijn stiefzoon, heeft hierin bemiddeld. Later heb ik ditzelfde volk aan koning Ariobarzanes, de zoon van Artabazud, koning van de Meden, gegeven om er over te regeren, nadat mijn zoon Gajus het onderworpen had, omdat het zich trouweloos gedroeg en in opstand was gekomen. Na de dood van Ariobarzanes heb ik het aan zijn zoon Artavasdes gegeven. Toen deze vermoord was, heb ik Tigranes, uit het koninklijke geslacht van de Armeniërs, naar dit koninkrijk gestuurd. Alle provincies die zich uit strekken ten oosten van de Adriatische Zee, en Cyrene – gebieden die voor het grootste deel in het bezit waren van koningen – heb ik heroverd, evenals daarvoor Sicilië en Sardinië, die tijdens de slaven oorlog bezet waren.

28Colonias in Africa Sicilia Macedonia utraque Hispania Achai[a] Asia S[y]ria Gallia Narbonensi Pi[si]dia militum deduxi. Italia autem XXVIII [colo]nias, quae vivo me celeberrimae et frequentissimae fuerunt, me auctore deductas habet.

28Ik heb veteranenkoloniën gesticht in Africa, op Sicilië, in Macedonië, in allebei de provincies van Spanje, in Griekenland, in Azië, in Syrië, in Gallië Narbonensis en in Pisidië. In Italië zijn er achtentwintig, door mijn invloed gestichte koloniën, die tijdens mijn leven zeer bekend en zeer dicht bevolkt waren.

29Signa militaria complur[a per] alios d[u]ces ami[ssa] devicti[s hostibu]s re[cipe]ravi ex Hispania et Gallia et a Dalmateis. Parthos trium exercitum Romanorum spolia et signa re[ddere] mihi supplicesque amicitiam populi Romani petere coegi. Ea autem si[gn]a in penetrali, quod est in templo Martis Ultoris, reposui.

29Veel veldtekens, die verloren waren gegaan onder andere legerleiders, heb ik teruggekregen vanuit Spanje en Gallië en van de Dalmatiërs, nadat ik die vijanden verslagen had. De Parthen heb ik gedwongen de buit en veldtekens van drie Romeinse legers aan mij terug te geven en als smekelingen te vragen om een vriendschapsverdrag met het Romeinse volk. Deze veldtekens heb ik in het binnenste vertrek van de tempel van Mars de Wreker geplaatst.

30Pannoniorum gentes, qua[s a]nte me principem populi Romani exercitus numquam ad[it], devictas per Ti. Neronem, qui tum erat privignus et legatus meus, imperio populi Romani s[ubie]ci protulique fines Illyrici ad r[ip]am fluminis Dan[uv]i. Citr[a] quod [D]a[cor]u[m tra]n[s]gressus exercitus meis a[u]sp[icis vict]us profligatusque [es]t, et pos[tea tran]s Dan[u]vium ductus ex[ercitus me]u[s] Dacorum gentis im[peri]a p[opuli] R[omani perferre coegit].

30De volken van Pannonië, waar nog nooit een leger van het Romeinse volk was heengegaan voordat ik ’princeps’ was, heb ik, toen zij door mijn toenmalige stiefzoon en onderbevelhebber Tiberius Nero verslagen waren, onder het gezag van het Romeinse volk gebracht. Ik heb de grenzen van Illyrië vooruitgeschoven tot aan de over van de rivier de Donau. Nadat een leger van de Daciërs de rivier was overgestoken is het onder mijn verantwoordelijkheid verslagen en in de pan gehakt en later is mijn leger de Donau overgestoken en het heeft de Dacische volken gedwongen de macht van het Romeinse volk verdragen.

31Ad me ex In[dia regum legationes saepe missae sunt nunquam visae ante id t]em[pus] apud quemquam Romanorum ducem. Nostram amic[itiam petie]run[t] per legat[os] Bastarnae Scythaeque et Sarmatarum qui sunt citra flumen Tanaim et ultra reges. Albanorumque rex et Hiberorum e[t Medorum].

31Vanuit Indië zijn er vaak gezantschappen van koningen naar mij gestuurd, die voor die tijd geen enkele Romeinse legerleider had gezien. De Bastarnen, de Scythen, de koningen van de Sarmaten, die beide oevers van de rivier de Don bewonen, de  koning van de Albanen, de koning van de Iberiërs en die van de Meden hebben via gezantschappen om vriendschapsverdragen met ons gevraagd.

32Ad me supplices confugerunt reges Parthorum Tirida[te]s et post[ea] Phrates regis Phratis filius. Medorum Artavasdes, Adiabenorum Artaxares, Britannorum Dumnobellaunus et Tincommius, Sugambr]orum Maelo, Marcomannorum Sueborum [Segime]rus. Ad me rex Parthorum Phrates, Orod[i]s filius, filios suos nepot[esque omnes] misit in Italiam, non bello superatus, sed amicitiam nostram per [libe]ror[um] suorum pignora petens. Plurimaeque aliae gentes expertae sunt p. R. fidem me principe, quibus antea cum populo Romano nullum extiterat legationum et amicitiae commercium.

32De Parthische koningen Tiridates en later Phrates, de zoon van koning Phrates, koning Artavasdes van de Meden, koning Artaxares van de Adiabenen, de koningen Dumnobellanus en Tincommius van de Britten, koning Maelo van de Sugambren en koning van de Suebische Marcomannen zijn als smekelingen naar mij toe gevlucht. Koning Phrates van de Parthen, de zoon van koning Orodes, heeft al zijn zoons en kleinzoons naar mij in Italië gestuurd, niet omdat hij in een oorlog overwonnen was, maar omdat hij een vriendschapsverdrag met ons wilde hebben door dit onderpand (namelijk zijn kinderen). Ook veel andere volken hebben de betrouwbaarheid van het Romeinse volk leren kennen in de tijd dat ik ’princeps’ was, hoewel zij hiervoor geen uitwisseling van gezantschappen en vriendschapsverdragen met het Romeinse volk hadden gehad.

33A me gentes Parthorum et Medoru[m per legatos] principes earum gentium reges pet[i]tos acceperunt: Par[thi Vononem, regis Phr]atis filium, regis Orodis nepotem. Medi Ariobarzanem, regis Artavazdis filium, regis Ariobarzanis nepotem.

33De volken van de Parthen en de Meden hebben van mij de vorsten gekregen om wie zij gevraagd hadden door aanzienlijke gezantschappen van die volken: de Parthen hebben Vonones, de zoon van koning Phrates en de kleinzoon van koning Orodes, gekregen, de Meden Ariobarzanes, de zoon van koning Artavazdis, de kleinzoon van koning Ariobarzanes.

34In consulatu sexto et septimo, po[stquam b]ella [civil]ia exstinxeram, per consensum universorum potitus rerum omnium, rem publicam ex mea potestate in senatus populique Romani arbitrium transtuli. Quo pro merito meo senatu[s consulto Au]gust[us appe]llatus sum et laureis postes aedium mearum vestiti publice coronaque civica super ianuam meam fixa est et clupeus aureus in curia Iulia positus, quem mihi senatum pop[ulumq]ue Rom[anu]m dare virtutis clementiaeque iustitiae et pieta[tis caus]sa testatu[m] est pe[r e]ius clupei [inscription]em. Post id tempus auctoritate omnibus praestiti, potest]atis au[tem n]ihilo ampliu[s habu]i quam cet[eri qui m]ihi quoque in magistratu conlegae fuerunt.

34Nadat ik de burgeroorlogen beëindigd had en toen ik met instemming van iedereen de hoogste macht in handen had, heb ik in mijn zesde en zevende consulaat het bestuur over de staat weer overgedragen vanuit mijn macht in handen van de senaat en het volk van Rome. Als dank voor deze weldaad heb ik bij senaatsbesluit de titel ’Augustus’ gekregen, zijn van staatswege de deurposten van mijn huis met lauriertakken versierd, is boven mijn deur de ’burgerkroon’ bevestigd en is er een gouden schild in het Senaatsgebouw van Julius geplaatst. De inscriptie op dit schild zegt dat het mij is aangeboden door de senaat en het volk van Rome vanwege mijn dapperheid, zachtzinnigheid, rechtvaardigheid en plichtsbetrachting. Na dit tijdstip stond ik in invloed ver boven ieder ander, maar ik heb niet meer macht gehad dan de mensen die in de verschillende ambten mijn collega waren.

35Tertium decimum consulatum cum gerebam, senatus et equester order populusq[ue] Romanus universus appellavit me pat]rem patriae idque in vestibulo aedium mearum inscribendum et in curia Iulia et in foro Aug. sub quadrigis, quae mihi ex s.c. positae sunt, decrevit. Cum scripsi haec, annus agebam septuagensumum sextum.

35Tijdens mijn dertiende consulaat hebben de senaat, de ridderstand en het hele volk van Rome mij de titel ’Vader des Vaderlands’ gegeven en ze hebben bepaald dat dit in de hal van mijn woning, in het Senaatsgebouw van Julius en op het Forum van Augustus onder het vierspan, dat door een senaatsbesluit voor mij was geplaatst, moest worden vermeld. Toen ik dit schreef was ik vijfenzeventig jaar.

Appendix

App. ISumma pecuniae, quam ded[it vel in aera]rium vel plebei Romanae vel di]missis militibus: denarium sexiens milliens.

App. IDe totale geldsom die hij uitgegeven heeft aan de schatkist, aan het Romeinse volk of aan veteranen bedroeg 600.000.000 denarii.

App. II.  Opera fecit nova aedem Martis, Iovis Tonantis et Feretri, Apollinis, divi Iuli, Quirini, Minervae, Iunonis Reginae, Iovis Libertatis, Larum, deum Penatium, Iuventatis, Matris Magnae, Lupercal, pulvina]r ad circum, curiam cum Ch[alcidico, forum Augustum, basilicam Iuliam, theatrum Marcelli, porticum Octaviam, nemus trans Tiberim Caesarum.

App. II. Hij liet de volgende nieuwe gebouwen oprichten: de tempels van Mars, van Jupiter de Donderaar en Jupiter Feretrius, van Apollo, van de vergoddelijkte Julius, van Quirinus, van Minerva, van Juno de Koningin, Jupiter van de Vrijheid, van de huisgoden, van de stadsgoden, van de Jeugd en de tempel van de Grote Moeder. Ook het Lupercal, de keizerlijke loge bij het circus, het Senaatsgebouw met het Chalcidicum, het Forum van Augustus, de basilica van Julius, het theater van Marcellus en de zuilengalerij van Octavius. En aan de overkant van de Tiber liet hij het park van de Caesars aanleggen.

App. III.  Refecit Capitoliam sacrasque aedes numero octoginta duas, theatrum Pompei, aqu[aram r]iv[as, vi]am Flamin[iam].

App. IIIHij heeft het Capitool en tweeëntachtig gewijde tempels, het theater van Pompejus, kanalen van aquaducten en de Via Flaminia laten restaureren.

App. IV.  Impensa praestita in spectacula scaenica et munera gladiatorum atque athletas et venationes et naumachiam et donata pecunia colonis municipiis oppidis terrae motu incendioque consumptis aut viritim amicis senatoribusque, quorum census explevit, innumerabilis.

App. IVDe uitgaven die hij zich getroost heeft voor toneelvoorstellingen, gladiatorengevechten, schouwspelen met atleten, jachtpartijen en de in scène gezette zeeslag en het geldbedrag dat hij geschonken heeft aan de koloniën en de steden en aan andere door aardbevingen of brand getroffen steden of per persoon aan vrienden en senatoren – hij vulde hun vermogen tot de vereiste hoogte aan – zijn ontelbaar.